Wat is Taal?
Goed leren praten begint in de wieg. Dit is voor veel mensen nieuw. Een kind begint rond negen maanden met natuurlijke gebaren en klanken duidelijk te maken wat hij bedoelt. Enkele maanden later verschijnen de eerste woorden. Toch is het kind al vanaf de geboorte bezig zich voor te bereiden op het gebruiken van taal.
De taal van een kind kun je op verschillende manieren beluisteren. Zo kun je letten op de woorden die hij begrijpt, kent en gebruikt en of hij verbanden kan leggen.
Maar ook de zinsbouw in zijn verhalen zeggen iets over de taal van een kind. En of hij langere, ingewikkelder zinnen begrijpt.
Verder kun je kijken naar hoe je kind rekening houdt met de ander in zijn verhalen; hoe begrijpt en hanteert hij de regels van communicatie.
Een kind dat zijn moedertaal leert moet verschillende aspecten van de taal leren:
Taalinhoud : opbouwen van een woordenschat
Taalvorm : combineren van woorden tot zinnen; klankvolgorde, verbuigingen/ vervoegingen
Taalgebruik: kiezen van taalvorm en taalinhoud passend bij de situatie.
Hier worden de begrippen taalinhoud, taalvorm en het taalgebruik uitgelegd.