Tweetalig opvoeden
Spreek af wie van de ouders thuis welke taal spreekt en in welke situaties.
- Eén-persoon/situatie-één-taalstrategie
- Overheersende taal en voorkeurstaal
Eén-persoon/situatie-één-taalstrategie
Zoals gezegd, bij een meertalige opvoeding is de één persoon- één taalstrategie een goede manier om kinderen twee talen tegelijk aan te leren. De vuistregel is dan: probeer de talen te scheiden. Wie van de ouders spreekt thuis Nederlands en wie de tweede taal? Is moeder beter in het Nederlands, dan spreekt zij die taal en vader de thuistaal. Of door per situatie af te spreken welke taal er gesproken wordt. Dit heet de één-persoon/situatie-één-taalstrategie.
Ouders kunnen afspreken dat de minderheidstaal thuis gesproken wordt. Voorwaarde is wel dat ze die taal allebei goed beheersen.
Een andere afspraak kan zijn dat de eerste zin telt. Als een zin in een bepaalde taal is, is het antwoord ook in diezelfde taal.
Het is belangrijk dat die manier gekozen wordt die het beste bij het gezin past. Er is niet slechts één goede manier; er zijn meerdere mogelijkheden die tot hetzelfde resultaat leiden.
Overweeg het volgende voor uzelf:
- Bij welke taal voelt u zich het meest op uw gemak? Het kan zijn dat het spreken in een bepaalde taal tegen uw kind als 'onecht' aanvoelt. Kies die taal waarbij u zich prettig voelt.
- Wanneer ouders verschillende talen spreken en elkaars taal niet kennen, kan het zijn dat zij opmerkingen die tegen het kind gemaakt worden in een andere taal niet begrijpen. Spreek er samen over wat er gezegd is. Zo hoeft geen van beiden zich buitengesloten te voelen. Ook kunt u overwegen de taal van uw partner te gaan leren.
- Zorg dat het taalaanbod voor beide / alle talen die het kind leert gelijk verdeeld is. Probeer in alle talen zoveel mogelijk verschillende situaties en dus ook woorden / taalervaringen aan te bieden.
- Eenmaal gekozen om een bepaalde taal aan te leren? Ga hier dan mee door, ook op de lange termijn. Een taal zal verarmen en uiteindelijk verdwijnen wanneer u er na enige tijd mee stopt de taal aan te bieden.
Andere overwegingen om mee te nemen:
- In welke situatie bevindt u zich als gezin: zijn er veel veranderingen? Is er stabiliteit en rust?
- Is er voldoende tijd beschikbaar om met uw kind door te brengen en dus de taal aan te bieden?
- Wanneer u met uw kind bent, hoe brengt u de tijd dan door? Hoeveel spreekt u met het kind en wat doet u dan voor activiteiten?
- Kunt u het kind in de te leren taal voldoende taal aanbieden ook op een wat hoger niveau?
- Overweeg voor uzelf of u de taal die u het kind naast uw moedertaal wil aanleren voldoende beheerst. Het kind zal alle structuren, en dus ook verkeerde, aanleren en overnemen.
- Heeft u toegang tot materiaal in de taal die u aan uw kind wilt leren?
- Heeft u contacten in de taal die het kind moet leren? Zo kan het kind nieuwe ervaringen opdoen met de taal.
- Het kan zijn dat het aanleren van de andere taal juist druk geeft in plaats van dat het een verrijking is. Houd goed in de gaten of uw kind het aanleren van de taal als plezierig ervaart.
- Waarom wilt u een taal aanleren?
- Houdt u zelf van taal, of houdt u niet van praten? Ouders zijn het taalvoorbeeld voor hun kind, of juist niet!
- Sommige kinderen leren heel makkelijk taal, andere kinderen hebben daar meer moeite mee. Dit verschil is normaal. Als uw kind erg veel moeite heeft met het leren van een taal, kunt u hier eens over praten met uw huisarts of de arts van het consultatiebureau.
- Breng eens in kaart met wie uw kind eigenlijk (per dag / week) spreekt en dus welke taal uw kind krijgt aangeboden. Bekijkt u dan eens in hoeverre bepaalde personen de verschillende talen kunnen helpen stimuleren.
- Spreek met de verschillende personen die betrokken zijn bij de opvoeding over de meertalige opvoeding. Het is belangrijk dat iedereen ongeveer dezelfde visie heeft.
Overheersende taal en voorkeurstaal
Later, als het kind naar school gaat, zeggen ouders soms dat één van de talen een overheersende taal wordt. Dat is meestal het Nederlands. Het kind hoort die taal op de meeste plaatsen buiten het gezin. De andere taal, vaak de thuistaal, raakt daardoor wat ondergesneeuwd. Terwijl de ouders het wél belangrijk vinden dat hun kind beide talen leert. Dan kan het beter zijn als de ouders thuis met elkaar en met het gezin ook de 'ondergesneeuwde taal' spreken. Uw kind komt daardoor meer met die taal in aanraking en leert die taal ook. In dat geval kunt u beslissen om thuis geen Nederlands meer te speken, want dat leert het kind buitenshuis prima. Maar alleen uw eigen taal/talen, zodat het kind daar thuis meer mee in aanraking komt dan anders het geval is.
Als het Nederlands de meest dominante taal van het kind wordt is dat meestal niet tegen te houden. Dat merkt u als het kind vaker antwoord geeft in het Nederlands. Het Nederlands wordt dan steeds meer de voorkeurstaal. Het is prima als ouders in hun thuistaal tegen hun zoon of dochter blijven spreken. Daardoor zal het begrip van ook die taal zich verder ontwikkelen. Wel kan het spreken van de thuistaal door het kind achterblijven. Het is zelfs mogelijk dat de kinderen de andere taal/talen uitstekend begrijpen, maar niet vloeiend spreken.
Blijf ze in ieder geval aanmoedigen de thuistaal te spreken en geef kinderen hiervoor complimenten. Het kind komt met de thuistaal in aanraking door thuis de thuistaal te spreken. Maar ook door hem of haar in te schrijven bij clubs en verenigingen waar de thuistaal gesproken wordt. Veelvuldig contact met de thuistaal zorgt ervoor dat het kind die taal actief gebruikt.
Zo kan hij zich in verschillende spreeksituaties uitdrukken en krijgt een grotere woordenschat.
Door gewenst gedrag te belonen met een compliment maakt u duidelijk dat u het fijn vindt als kinderen de thuistaal spreken. Dit werkt beter dan streng te zijn als ze het niet doen.
De belangrijkste vraag bij het aanleren van verschillende talen is: welke talen zijn voor de kinderen belangrijk om te begrijpen en te spreken, nu en in de toekomst? Nederlands is belangrijk. Het is de taal van het land en de voertaal op school. Misschien hebben de kinderen later zelf de wens of de interesse om ook Turks, Marokkaans-Arabisch of een andere taal te spreken.
De thuistaal is de taal van vader en moeder en dus het communicatiemiddel tussen de ouders onderling. Soms is er nog een derde taal binnen het gezin: als vader en moeder elk een eigen taal hebben. De thuistaal is het communicatiemiddel om met de cultuur verbonden te zijn. Zo kunnen kinderen in contact blijven met familieleden in het land van herkomst. En natuurlijk met de cultuur en eigen tradities.